De installaties van Zoro Feigl (1983) lijken tot leven te komen. Zijn materialen dansen en kronkelen. Wanneer de afzonderlijke werken in een ruimte worden geplaatst, versmelten ze tot één geheel: groot en zwaar op sommige plekken, nerveus of gracieus elders.
Feigls vormen veranderen voortdurend, soms langzaam, soms snel. De tentoonstellingsruimte wordt een vergrote microscoop: eencellige wezens, primitieve organismen kronkelen, kreunen en stuiptrekken. Zonder begin of einde lijken de objecten in zichzelf opgesloten te zitten. Als toeschouwer raak je verstrikt in hun bewegingen: ze omarmen en verbazen, maar soms ook beangstigen ze je. – Bron
Hula (2015)
Motor, staal, koolstofvezel en polyester
